Paul Teunissen en het zwerfmeisje

Freelance journalist Paul Teunissen schreef voor Vrij Nederland het verhaal van het zwerfmeisje Naomi. Het verscheen op 10 mei en was wekenlang het best gelezen verhaal van VN. Eerder publiceerde Paul Teunissen in het weekblad al ‘Het einde van de kudde’, over boer Arend-Jan die zijn veebedrijf moest sluiten. Deel 2 van de serie ‘De journalisten van het jaarboek, hoe doen ze het?

Dat klinkt alsof Paul Teunissen tussen het ene en het andere verhaal niets meer voor Vrij Nederland heeft geschreven. Het tegendeel is waar. Hij is dan wel freelancer maar het opinieweekblad is al een tijdlang zijn enige opdrachtgever. Hij schrijft trouwens ook een roman, werkt ie al jaren aan, de deadline staat nu op 10 december.

‘Ik zou mijn afzetmarkt moeten verbreden, het is natuurlijk wel een risico,’ zegt Paul. ‘Maar VN wil mijn verhalen over het algemeen graag hebben (het zwerfjongerenverhaal was een opdracht,), dus ja het gaat wel goed zo.’ Als de nood aan de man komt, schrijft hij wat kleine stukjes. Tot die tijd houdt hij het bij lange verhalen, zoals dat van Naomi. Een van de 18.000 zwerfjongeren van Nederland.

Twintig euro per gesprek
‘Je moet geld vragen,’ hebben ze haar gezegd. Er zijn zoveel mensen die iets van hen willen. Tv-programma’s, bladen, onderzoekers. Kennelijk zijn ze een groep waar mensen benieuwd naar zijn. Naar de ellende die zij meemaken, kinderen soms nog. Als ze niets krijgen,  dan zeggen ze niets.

Zwerfmeisje Naomi is niet zoals de zwerfjongens. Tijdens de eerste ontmoeting vertelde de journalist dat Naomi niets zou krijgen. Geld zou het verhaal kunnen beïnvloeden. Ze vond het goed. Vanaf de tweede afspraak gaf hij haar na elk gesprek €20,00. ‘Die jongeren hebben niets,’ verklaart Paul. En ze was al heel open geweest zonder er iets voor te krijgen.

Misschien was ze wel te openhartig, te theatraal, dacht de journalist in het begin nog. Tweeënhalve maand volgt hij haar. De verhalen stapelen zich op, en worden allemaal bevestigd. Als ‘Geen geld, geen school, geen huis’ wordt gepubliceerd is het wekenlang het best gelezen verhaal van Vrij Nederland.

‘Het helpt dat ik zelf hulpverlener ben geweest’

Via opvanghuizen voor dakloze jongeren had hij naar een meisje gezocht. Streetcorner in Amsterdam bracht hem in contact met Naomi. Haar slanke, bleke gezichtje met de steile rode en zwart geverfde haren vielen als eerste op. Zij was het die hij zocht. Moeilijk volgens de hulpverleners, maar intelligent, open en vastberaden.

Paul vertelde aan Naomi dat hij zelf hulpverlener was geweest.  En hij stuurde haar wat van zijn eerdere verhalen. Hij zou haar twee keer per week ontmoeten. Eerst spraken ze drie keer af op straat en ging ze mee naar zijn kantoor. Ze vertelde veel, maar hij mistte haar leefomgeving. Hij wilde haar vriendin in Breda ontmoeten. In het passantenhotel moest hij zijn geweest. En de straten van Amsterdam wilde hij zien zoals zij ze zag, lopend.

Als je doorloopt, ben je een uur zoet. Naomi vertelt dat ze graag loopt. Als je onderweg bent, kan er iets gebeuren. Kun je de hoop hebben dat er daar waar je heen gaat iets is dat je leven zal veranderen, heb een doel. Zonder doel loop je maar wat rond, gaan je voeten pijn doen, wordt je koffer zwaar en gaan mensen naar je kijken.

Een natuurlijke loop van het verhaal
Of Paul een structuur bedenkt voor hij gaat schrijven. ‘Ja, nou… Deels intuïtief.’ Hij moet er even over nadenken. ‘Als ik er tijd voor heb probeer ik iemand langer te spreken, dan krijg je een natuurlijk verloop van het verhaal. Zo’n meisje maakt heel veel mee.’ Naomi vertelde soms bizarre verhalen die de oud-hulpverlener moeilijk kon geloven. Hij kon de verhalen niet controleren bij haar moeder, die wilde hem niet spreken. Oplossing: Naomi belde haar moeder zelf en zette de telefoon op de speaker.

‘Ze heeft veel over haar familie verteld, maar dat moet je niet aan het begin al zeggen. Behalve dat haar familieproblemen losstaan van het dakloos zijn, is het dan gelijk: daar gaan we weer. Meisje met slechte gezinssituatie rent weg van huis. Nee, dan raak je de lezers direct kwijt.’

Daarom bouwt Paul het verhaal altijd subtiel op en wordt hij aan het eind pas expliciet. ‘Elke schrijver weet dat je niet gelijk alles weg moet geven. De grote drama’s moet je wel suggereren in het begin. Zoals dat Naomi een trauma moet verwerken. Tijdens onze tweede ontmoeting vertelde ze over haar opnames in het ziekenhuis en gesprekken met psychologen, maar waarom het precies ging, dat hield ze voor zich. Tijdens het laatste gesprek kwam het er pas uit.’

Invisible Child
Voor Nederlandse begrippen heeft journalist Paul Teunissen relatief veel tijd en ruimte voor zijn werk. Vrij Nederland wilde dat Paul eenzelfde soort verhaal schreef als ‘Invisible Child‘ dat december 2013 verscheen in The New York Times. Journaliste Andrea Elliot volgde een heel jaar lang de 11-jarige Dasani. ‘Mijn verhaal is veel oppervlakkiger,’ zegt de Nederlandse journalist.

Maar Paul is niet ontevreden. Zijn laatste verhaal dat eind augustus in Vrij Nederland verschijnt was ook weer interessant om te maken. Ditmaal volgde hij een zwakbegaafde jongen van bijna 18. Volgens de participatiewet moeten mensen met een beperking behandeld worden als een ‘normaal’ mens. Deze jongen moet nu een baan gaan zoeken bij een ‘normale’ werkgever. Vraag is: kan hij dat wel aan?

 

Geef een reactie