Warning: The magic method GADWP_Manager::__wakeup() must have public visibility in /customers/6/6/3/ninablanken.nl/httpd.www/wp-content/plugins/google-analytics-dashboard-for-wp/gadwp.php on line 76 Het beste personage is het probleemgeval

Verslaafde kinderen, psychiatrische patiënten, ouderen die op tijd dood willen, zwerfjongeren en spermadonoren. Ze lenen zich perfect voor verhalende journalistiek. Journalist Karin Sitalsing begrijpt nog steeds niet helemaal wanneer een journalistiek verhaal verhalend is. ‘Als je kind verslaafd raakt’ (Trouw, 14 en 21 juni) schreef ze gewoon zoals het haar toekwam. Dit is deel 3 van ‘Jaarboekjournalisten, hoe doen ze het?’

‘Als je kind verslaafd raakt’ bestaat uit twee delen. Deel 1 gaat over Julian. Als zijn ouders zijn verslaving ontdekken is hij dertien jaar oud. Julian blowt, is fervent gebruiker van pillen, speed en xtc. En hij dealt, heeft zelfs een bestellijst. Volgens zijn ouders heeft hij zo’n lief koppie en kunnen kennissen de verhalen over hun zoon amper geloven. Maar hij is meester in manipuleren.

Deel 2 gaat over de nu 21-jarige Daan. Als kind een stille, verlegen jongen, een beetje dromerig. Daarom viel het zijn ouders lange tijd niet op dat hij continu onder invloed was van drank. De lichte verdoving die hij daarvan kreeg maakte zijn wereld een beetje minder eng. Artsen stellen vast dat hij ADD en Asperger heeft. Als hij als student op kamers gaat zegt hij: ‘ik ben Daan en ik drink niet.’ Maar al snel haalt hij nachten door om te gamen, zijn nieuwe verslaving.

Van begin tot einde telt deel 1: 1.337 woorden. Deel 2 is opgebouwd in 1.681 woorden.

Chronologisch met horten en stoten
Beiden verhalen zijn chronologisch opgebouwd. De ouders ontdekken dat hun kind verslaafd is. Met korte krachtige alinea’s spring je als lezer door de tijd. Hortend en stotend kom je op het punt dat je hoopt dat het voorbij is. Dat Julian en Daan vanaf nu een normaal studentenleven krijgen zonder ooit opnieuw verslaafd te raken. En dat de ouders weer aan zichzelf en hun andere kinderen kunnen denken.

Karin: Dat ik het zo zou opschrijven bedacht ik pas toen ik begon te tikken. Voorafgaand aan de interviews wist ik bijna niets. Naam, leeftijd en verslaving. En ik had al eens voor een ander verhaal een gameverslaafde jongen geïnterviewd. Dat het verhaal zo in tijdsprongen zou verlopen, had ik niet verwacht. Dat ik het zo ook zou opschrijven ook niet.
Ik begin graag met het meest indrukwekkende. Bij Julian is dat het moment dat zijn ouders erachter komen dat hun 13-jarige zoon verslaafd is drugs en werkt als dealer. Bij Daan zou je denken aan de zelfmoordpoging, maar zijn rustige, verlegen, introverte karakter is belangrijker. Onder invloed van alcohol voelde hij zich veiliger. En in een online game is vrienden maken minder eng.
Hoe het vervolgens is opgebouwd? Het moest heel kort. In eerste instantie had ik van 
Trouw 2000 woorden gekregen. De twee interviews zouden samen één verhaal vormen. Achteraf gezien is het ruimtegebrek goed geweest voor de stijl: heel erg met pieken en dalen, horten en stoten, zo werkt een verslaving.

Handboek Verhalende Journalistiek: De verhalen zijn af en toe heel scenisch opgebouwd. In de scenische fragmenten gebeurt er iets, er is handeling. Wat het ook narratief maakt is de berg achtergrondinformatie die Karin achterwege laat. Geen data over verslaafde kinderen. Geen uitleg van artsen of informatie over afkicktechnieken.

Zij vertellen en niemand anders
Karin wilde weten hoe het voor ouders is als hun kind verslaafd raakt. Hoe beleven zij dat en wat doet het met hun leven. De jongens, andere familieleden, artsen, hulpverleners of vrienden worden niet geïnterviewd. De ouders zijn degenen die over hun zoons praten:

René: “Hij is een stuk fitter, ook in zijn hoofd. Veel meer mens. Hij is van al die verdovingen af, ook de antidepressiva. Die zijn voorzichtig afgebouwd. Maar we zijn er nog niet. Nu moet hij het volhouden.”

Karin: Omdat ik vooraf zo weinig wist, zei ik tegen de ouders: vertel mij gewoon het hele verhaal, dan breek ik wel in. Als ik niet had ingegrepen hadden beide ouderparen het drie uur lang alleen maar over hun zoons gehad. Ik moest het heel bewust sturen: het gaat nu over jullie. Het gesprek met Daans ouders verliep soepel. Met de ouders van Julian ging het moeilijker. Zij vertelden heel gedetailleerd, zakelijk bijna. Ik raakte verstrikt in de details en kon lang niet alles gebruiken. Toen ze het nalazen, wilden ze er nog van alles aan toevoegen. Ik moest streng zijn.

Handboek Verhalende Journalistiek: Karin laat de ouders denken en voelen en gebruikt relatief weinig quotes. Het is nu een mengvorm van een regulier interview en een narratief interview. Voor het laatste zou ze nog één stap verder moeten gaan, ze zou alle quotes eruit moeten schrijven. Je kunt ze heel vaak weglaten. Als de vader van Daan zegt: ‘Hij is veel meer mens,’ dan moet Karin vragen waar dat uit blijkt. Ze heeft nog meer handeling nodig. Laat dat interview nog een uur of twee langer duren en ze heeft het.

‘Geef mij maar moord en doodslag’
Het is niet de eerste keer dat Karin Sitalsing schrijft over probleemgevallen en ook niet de laatste. Verhalende artikelen spelen zich in Nederland vaak af in de zorghoek. Die sector leent zich uitstekend hiervoor. Er zijn bijzondere personages die vreemde dingen beleven. De problemen beginnen altijd ergens en de ontknopingen zijn vaak spannend. Misschien dat veel journalisten daarom zeggen intuïtief te werk te gaan.
Of Karin niet eens in een hoek wil werken waar haar schrijfstijl minder voor de hand ligt? Zou ze niet een verhaal met een positieve afloop willen schrijven? Over een ondernemer die een fantastisch product op de markt zet of over een wetenschappelijke doorbraak?

Karin: Ik kan heel blij worden van vrolijke verhalen, maar ze komen zelden op mijn pad. Schrijf ik eens over iets positiefs, dan heb ik het gevoel dat het nergens over gaat. Geef mij maar moord en doodslag, verhalen waar ik iets bij voel. Wat dat precies voor verhalen zijn, kan ik zo niet zeggen, dat weet ik pas als ik ze schrijf.
Dit soort verhalen maak ik regelmatig. Ik vind het leuk en het helpt dat ik nooit kaartjes van contacten weggooi. Ruim acht jaar geleden kreeg ik een kaartje van een man die werkzaam is bij deze kliniek. Een aantal jaar later kon ik via hem de gameverslaafde interviewen, en maakte ik afgelopen zomer het verhaal over de ouders van verslaafde kinderen. Dit najaar ga ik voor een reportage een weekje meelopen in dezelfde kliniek. De afspraken zijn rond. Of ik weet hoe ik het ga aanpakken? Een beetje.